“Taalpolitiek en VOC-mentaliteit” door Joss Wibisono

Dit is een Nederlandse versie van een reeds in het Indonesisch gepubliceerd artikel. Dit artikel is gebruikt in het kader van tentoonstelling Gouden Tijden Zwarte Bladzijden in Deventer.

De Spanjaarden deden het in de Filipijnen, Portugezen in Oost-Timor, de Fransen in Indochina, en de Britten in Birma: deze kolonisators legden hun taal op aan de inheemse bevolking. Maar Nederland deed dat niet in Indië. Daar bleef de bevolking de handelstaal Maleis gebruiken. In andere Nederlandse koloniën, zoals Suriname en de Antillen, moest wél Nederlands worden geleerd en gesproken. Hoe is dit verschil in taalpolitiek te verklaren?Indochina

In Afrika, Zuid-Azië en Latijns-Amerika domineerden Engels, Frans, Portugees en Spaans. Na de dekolonisatie bleven de nieuwe onafhankelijke landen juist de taal van de voormalige kolonisator als nationale taal gebruiken. Of, zoals in Algerije en Marokko het geval is, werd het Frans de tweede taal, die deze landen in staat stelde makkelijker banden aan te gaan met de buitenwereld. Waarom gebeurde dat niet in Indonesië?

Deskundigen zoals Kees Groeneboer, directeur van Erasmus Taalcentrum in Jakarta, brengen naar voren dat de Nederlanders bij aankomst in de Indische archipel aan het einde van zestiende eeuw meenden dat het Maleis de gemeenschappelijk voertaal was. Het leek hen daarom makkelijker om zelf het Maleis te leren, temeer daar deze taal niet als bijzonder complex werd ervaren. Het leek een goede reden om inlanders het Nederlands niet te leren.

Dit was zeker anders dan bij bijvoorbeeld de Spanjaarden op de Filipijnen of de Fransen in Indochina. Deze regio’s beschikten niet over een gemeenschappelijke voertaal. Dit bood de kolonisator de kans om de eigen taal als lingua franca te introduceren. In Indië grepen de Hollanders deze mogelijkheid in ieder geval niet. In bepaalde regio’s moest het Nederlands zelfs concurreren met het Maleis en het Portugees (dat eerder arriveerde) en het Nederlands was duidelijk de verliezer.

Groeneboer stelt ook dat Oost-Indië al grotendeels geïslamiseerd was. Ook na de koloniale veroveringen mocht Maleis de voertaal blijven om de Mohammedanen verder niet voor het hoofd te stoten. Batavia meende dat hiermee de gevolgen van de onderwerping voor de lokale bevolking verzacht konden worden. Het Nederlands werd wel geschikt geacht om het christendom te verspreiden, daarvoor werden de lokale talen niet goed genoeg bevonden. Dat gebeurde echter alleen in gebieden waar de islam een kleinere of geen rol speelde, bijvoorbeeld in de Minahasa (Noord-Celebes), in de Bataklanden in Sumatra en op de Molukken.

VOC LogoVoorts is het van groot belang dat de Hollanders onder de vlag van een handelscompagnie naar Indië kwamen, namelijk de VOC. Dit wordt benadrukt door Indonesië-specialist Benedict Anderson in een interview voor VPRO televisie (april 1994). Hierin meende Anderson dat voor deze eerste multinational vooral het winstbejag gold door met geweld monopolies af te dwingen en kosten te drukken. Voor de compagnie was het domweg goedkoper om VOC-lieden het Maleis te leren dan om inlanders de Nederlandse taal aan te leren. Dit standpunt was van grote invloed en zou als een schaduw boven elke taalpolitiek hangen die later in de archipel werd gevoerd.

Alleen op Ambon opende de VOC enkele Nederlandse scholen en er waren ook kerkdiensten in het Nederlands. Maar het Nederlands van de scholieren bleef doorgaans slecht, want bij thuiskomst gingen ze weer over op het Maleis of de plaatselijke taal.vest-ambon

Na het faillissement van de VOC en na vier jaar Brits interregnum, richtte Batavia vanaf 1816 zijn taalpolitiek alleen nog maar op de aanwezige Europeanen in de archipel. Zij werden verplicht Nederlands te spreken. Het doel van deze politiek was tweeledig. Ten eerste wilde men het gebruik van het Portugees ontmoedigen. Deze taal was nog steeds de tweede taal na het Maleis, met name in Batavia en een geduchte concurrent voor het Nederlands. Ten tweede wilde men alleen Nederlands in zuivere vorm bevorderen. Het als gebrekkig ervarend Creool-Nederlands, zoals in Zuid-Afrika gesproken, was uit den boze. Desalniettemin slaagden de Indo-Europeanen in Indië erin hun eigen taal te ontwikkelen, het zogenoemde Petjoh: een mengelmoes van Nederlands, Javaans en Maleis.

Het is duidelijk dat de koloniale regering, net als de VOC, nooit een bewuste politiek gevoerd heeft om het Nederlands in de kolonie in te voeren: de Nederlanders wilden hun tijd en geld niet verspillen aan taalonderwijs voor de inlanders. Het was voor hun van belang de kolonie voor eigen gewin uit te buiten, bijvoorbeeld door middel van de gedwongen teelt van gewassen, het zogenaamde Cultuurstelsel.

In de twintigste eeuw leek het taalbeleid als onderdeel van de Ethische Politiek ogenschijnlijk te veranderen. Er werden scholen geopend op basis van ras. Zo waren er de Europese Lagere School (ELS) voor Europeanen (inclusief Indo’s), de Hollandsch Chinese School (HCS) voor Chinezen en andere vreemde oosterlingen en de Hollandsch Inlandsche School (HIS) voor de inlanders. Dit betekende echter niet dat er grootschalig Nederlands werd onderwezen.Openbare Hollandsch-Inlandsche School in 1936 te Blitar Oost-Java

Ten eerste waren de kinderen die zich de HIS of HCS konden veroorloven  meestal van rijke ouders of adellijke families. Het gewone volk kreeg geen kans. Ten tweede werd er onderscheid gemaakt in het Nederlands dat werd onderwezen: als vreemde taal op de HIS en de HCS en als moedertaal op de ELS, natuurlijk voor blanke Europeanen.

Als gevolg van dit beleid was aan het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw het aantal Nederlands sprekende inlanders vertienvoudigd. Dat lijkt veel, maar we moeten ons realiseren dat aan het eind van de Nederlandse koloniale tijd, in de veertiger jaren, het aantal Nederlands sprekende inlanders 1,4 miljoen bedroeg, niet meer dan twee procent van alle inwoners van Nederland-Indië.

Wederom is hier de VOC-mentaliteit zichtbaar: de koloniale regering voerde een taalpolitiek die niet wezenlijk de verspreiding van het Nederlands als doel had. Men was zelfs bang dat de Nederlandstalige schoolverlaters vatbaar waren voor in doorgaans in het Nederlands gestelde nationalistische propaganda. Ze zouden daarbij meer geneigd zijn om zelfstandig en vrij te denken, met een onafhankelijke Indonesië als eventueel doel.

In de taalpolitiek die gevoerd werd in West-Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen, speelde volgens Groeneboer de beperkte omvang van de bevolking een belangrijke rol. Aan het begin van de twintigste eeuw telde West-Indië circa 200 duizend inwoners, een overzichtelijk aantal dus. Daardoor werd onderwijs in het Nederlands niet als bezwaarlijk gezien. Het moge duidelijk zijn dat het geringe aantal dat Nederlands leerde in de West niet heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van het Nederlands als een internationale taal.oldmapantilles

Concluderend: de koloniale regering heeft nooit bewust een plan opgevat om het beleid van de VOC te veranderen. Dit versterkt het imago van Nederland als een gierig volkje. Verder was de in Indië gevoerde taalpolitiek niet op een weldoordachte toekomstvisie gebaseerd. Stel dat men in Indonesië het Nederlands als nationale taal zou hanteren, dan zou die door bijna 300 miljoen mensen gesproken worden. Nu is het Nederlands alleen voorbehouden aan een zeer oude generatie die stervende is. Door de visieloze VOC-mentaliteit hebben de Nederlanders hun taal dus feitelijk buitenspel gezet. Het resulteerde uiteindelijk in het voordeel van het Indonesisch. Jonge Indonesische nationalisten hadden trouwens twintig jaar voor de onafhankelijkheid al gezworen het Indonesisch als de nationale eenheidstaal te zullen gebruiken.

2 pemikiran pada ““Taalpolitiek en VOC-mentaliteit” door Joss Wibisono

  1. Hatta en Soekarno hebben in Nederland gestudeerd en zijn daardoor in aanraking gekomen met waarschijnlijk Nederlandstalig vrijheidsdenken. Ontwikkeling brengt ook zelfbewustzijn voort.

    1. Dank voor de reactie. Soekarno had nooit Nederland bezocht in zijn leven. Hij heeft wel zijn studie aan de Technische Hogeschool te Bandoeng afgerond. M.a.w. zelf in Indië kon je ook in aanraking komen met vrijheidsdenken.

Tinggalkan Balasan

Isikan data di bawah atau klik salah satu ikon untuk log in:

Logo WordPress.com

You are commenting using your WordPress.com account. Logout / Ubah )

Gambar Twitter

You are commenting using your Twitter account. Logout / Ubah )

Foto Facebook

You are commenting using your Facebook account. Logout / Ubah )

Foto Google+

You are commenting using your Google+ account. Logout / Ubah )

Connecting to %s